Art

De levensloop van

Francine Timmers

over Francine

Over Francine

Francine Timmers wordt in 1933 in Amsterdam geboren. Zij volgt het R.K. Lyceum voor Meisjes en krijgt schilderlessen sinds haar 15e jaar. Francine wordt in de periode 1949-1853 opgeleid tot ceramiste aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam (de huidige Rietveld Academie). Haar docenten zijn Theo Dobbelman, S. Valkema, W. de Vries en Emmy van Deventer.

Na haar studie is zij gedurende acht jaar ontwerper bij vier ambachtelijke keramische bedrijven, de eerste is Ambacht en Kunstnijverheid Volendam. Tussen 1956 en 1958 staat zij op de loonlijst van aardewerkbedrijf Zenith (Gouda), waar ze o.a. verantwoordelijk is voor de Arto-serie. Ze verleent haar diensten verder aan Potterie Haemstede in Amsterdam en Plateelbakkerij Zuid-Holland (Gouda). Francine signeert haar potten, vazen en andere kramiek met het Aziatische logo ‘TF’.

In haar vrije tijd schildert en tekent zij en maakt zij ‘vrije keramiek’.

Industrieel Ontwerpster

Na acht jaar werkzaam te zijn geweest als industrieel ontwerpster verlaat zij deze ambachtelijke bedrijven, die zij later ‘fabrieken’ zou noemen, om zich definitief te wijden aan de ‘vrije keramiek’. Dat doet zij in haar eigen werkplaats, aan de Weesperzijde in Amsterdam.

Voor zover bekend is Francine de eerste in Nederland die ijzer in haar keramiek verwerkt. Haar werk heeft een sterk experimenteel karakter. Het neigt naar abstractie, maar is overwegend figuratief.

Zij schildert en tekent in Spanje en volgt in 1964 ‘Academie ‘63’, in Haarlem bekend onder de naam ‘Ateliers ‘63’, afdeling beeldhouwen en tekenen. In 1966 krijgt Francine Timmers een uitnodiging om aan het eerste Tsjechische Intersymposium Ceramiek mee te doen. Als onderwerp kiest zij plantaardige vormen, onder andere zaadbollen, en ze abstraheert deze. Glazuur en ijzergaas geven er een speciale structuur aan.
Francine voert opdrachten uit van rijk, gemeenten en particulieren. Ze werkt voor het stadsbestuur van Praag en neemt deel aan werksymposia in Tsjechië en Berlijn. Francine heeft tentoonstellingen in binnen- en buitenland, waaronder Madrid (solo), Düsseldorf, Darmstadt (‘Neue Formen der Keramik aus den Niederlanden’), Kopenhagen en Philadelphia (VS, grafiekuitwisseling). Ze maakt spannend werk.
Ronduit spectaculair is haar expositie van witte klein-plastieken in Gent in 1981, op de groepsuitstalling Carmen Dionyse Internationaal in de Sint-Pietersabdij.

Het oeuvre van Francine is in eigen land onder meer te zien op tentoonstellingen in Boymans-Van Beuningen, Haags Gemeentemuseum, Fodor in Amsterdam, Prinsenhof in Delft en Centraal Museum in Utrecht.

Stukken van Francine Timmers bevinden zich in de collecties van onder meer Boymans-Van Beuningen, Haags Gemeentemuseum en Frans Hals Museum.

Ze doceert twintig jaar keramiek en schilderen op scholen en in creatieve centra in Amsterdam (IVKO-school en Werkschuit), Amersfoort (De Hof) en Hilversum (GOCK).

In 1968 maakt zij een kortstondig uitstapje naar een strakke geometrische vorm. Dat leidt tot een ‘dessinachtig aanzicht’. In 1969 woont en werkt zij in Loenen, waar zij haar eigen galerie De Bol heeft.

Ze keert in 1970 terug naar een monumentaler werkwijze en organische vormen. In deze tijd ontdekt zij ook de etstechniek. Ze gaat in Hilversum wonen en trouwt met graficus Pim Olivier.
Haar intensieve onderzoek naar experimentele keramiek leidt in 1974 tot een uitnodiging van de bekende keramische en kristalindustrie Villeroy & Boch in Duitsland. Ze neemt daar deel aan het eerste ‘West-Duitse Internationale Keramiek Symposium’. Het thema is ‘keramiek in het landschap’.
Francine is een van de voorlopers van ontwikkelingen in de keramische kunst. Zij doorbreekt de traditionele vormgeving (de potcultuur). Ze creëerde beweging: wervelende voorstellingen, die zij in klei versteende (‘versteende beweging’, noemt zij dit). In de pers wordt enthousiast gereageerd op haar werk. Kunstcriticus Pieter van den Bos van De Gooi- en Eemlander is een van haar pleitbezorgers.

De kleine, spierwitte plastieken waarmee ze in Gent furore maakte, zijn later ook te zien bij Goois Scheppend Ambacht in Hilversum. Pieter van den Bos (G&E) vergelijkt de vormen, samengesteld van uitgewalste plaatjes klei, met werken van Alexander Calder.

Haar internationale ervaring, opgedaan op symposia en groepstentoonstellingen, draagt eraan bij dat zij haar eigen weg gaat in de vormgeving. Ook de onorthodoxe aanpak, die ze ervoer op de postacademische opleiding Ateliers 63 in Haarlem speelt een rol.

Post-Cobra

Uiteindelijk kiest Francine Timmers voor het schilderen. Dat geeft haar de kans zich in kleuren uit te drukken. In artistieke zin zijn het voor haar stormachtige jaren. In 1975 schildert zij intensiever. Ze plaatst kleuren brutaal tegen elkaar, de kleurkeus is associatief. Haar werk raakt verwant met de Cobra-stijl.

Een Belgische recensent noemt haar ‘een post-Cobra persoonlijkheid’. Een Deense kunstbespreker raakt de essentie van haar schilderkunst: ‘Haar persoonlijke penseelstreek is niet minder heftig dan de Cobra, maar het lijkt erop of zij haar heftigheid op intelligente wijze in banen leidt, waardoor er een zekere harmonie ontstaat.’

Francine Timmers zei daarover: ‘Door het componeren en associëren van elkaar tegengestelde zaken wil ik ’n inhoudelijke spanning oproepen. Je kunt op verschillende manieren kijken en ervaren, in zijn simpelheid of zijn complexiteit. Voor mij is het hoogst interessant, hoe ik die tegenstellingen van eenheid en complexiteit vorm kan geven.’

Francine en haar partner Pim Olivier halen hun inspiratie uit de natuur, hun veelvuldige uitjes naar Noord-Hollandse dorpen, weilanden, slootjes, havens en dierentuinen zoals Artis. Met Pim bezoekt zij Kreta. Ze beschildert daar keien die ze langs de kust vindt.

Jarenlang verzamelt zij kleurige voorwerpen en objecten, waaronder doosjes en papiertjes. Ze maakt er stillevens van in haar huis, plakt deze aan de muur. Zo krijgt ze invallen en begint zo aan haar composities.

Art

WEESPERZIJ KUNST

Meer informatie?